Duisburg J/22 // 2020

Corona Virus // Trainings, drinks and activities are cancelled up to and including May 19th
29 April 2020

Duisburg J/22 // 2020

Oorspronkelijk zouden wij, Jesper, Bas, Merle en Christiaan, de Van Uden Reco regatta gaan varen in de J/22-klasse, maar helaas gooide een of ander virus roet in het eten. Het leek erop dat we moesten wachten tot september om een wedstrijd te varen, tot de Duitse J/22-klasseorganisatie een reddingsboei toewierp. Eind augustus werd er in Duisburg een regatta georganiseerd. “Waar kun je dan zeilen bij Duisburg?” was de vraag die we vaak kregen en die we onszelf ook stelden. Als je heel ver inzoomt op de kaart, kun je een heel klein blauw vlekje vinden: Sechs-Seen-Platte.

De voorbereiding bestond uit twee dagen samen trainen op het Braassemermeer, ons thuiswater. We hadden nog niet eerder met zijn vieren gevaren en we hebben de trainingsfocus gelegd op de handelingen en samenwerking aan boord. Op het eind hebben we nog een dinsdagavondwedstrijdje meegepakt en daaruit bleek dat het trainen niet voor niets was geweest. De eerste wedstrijd wisten we zelfs line honours te pakken met ruime afstand op twee SB20’s, die niet hadden verwacht dat ze tegen de spiegel van een J/22 aan zouden kijken. Dat gaf goede hoop voor Duisburg! In de twee trainingsdagen hadden we een sterk variërende wind gehad, waardoor we vaak moesten schakelen tussen zwaar underpowered en overpowered, zowel qua gewichts- als zeiltrim. Dat schakelen en het reageren op winddraaiingen hadden we wel onder de knie! Althans, dat dachten we op dat moment nog…

De windvoorspelling voor het weekend gaf 12 knopen (3 bft) “constante” wind en 31 knopen (7 bft) in de vlagen aan, waarbij de wind ook nog komt en gaat met elke passerende wolk. Sechs-Seen-Platte is een heel klein meertje midden in een bos met hoge bomen. Combineer deze voorspelling met dit vaarwater en je krijgt een extreem inconsistente wind. Rechtdoor varen met dezelfde zeiltrim voor meer dan drie seconden was geen optie. Overstag gaan was niet altijd een keuze: dat was soms iets wat je overkwam. Bij de stukken met spinnaker (de term “downwind” komt niet tot zijn recht), was het altijd maar de vraag aan welke kant van de boot hij gevoerd moest worden.

We nemen je even kort mee in een typische wedstrijd! Dat begint bij het startsignaal, waar je met alle boten rondom het startschip ligt. Een start aan de andere kant van de lijn was geen optie, tenzij je geen controle wilt hebben over waar je naartoe vaart of een hele grote liefde hebt voor bomen. Een upwind had gemiddeld tien overstagen, waarvan acht afgedwongen werden afgedwongen door een draaiende wind of een boom voor de boeg (voor de duidelijkheid: het gaat hier niet om een spinnakerboom, maar om een boom met bladeren). Anticiperen was vaak onmogelijk en ieder van ons vier heeft wel een moment gehad dat aan boord blijven de eerste prioriteit werd.

De opvolgende downwind was qua koers consistenter, maar vereiste soms de nodige improvisatie: de windvaan was een draaimolen geworden. Momenten met uitdrijven en een slaphangende spinnaker werden opgevolgd door het rollen van de boot waarbij broachen een reëel gevaar werd. Het grootste stuk was plat voor de wind, maar bij de onderboei moest het naar beneden halen van de spinnaker meestal gebeuren op halve wind aan loefzijde. Soms was het droppen aan de stuurboordzijde noodzakelijk. Dat vereist wat extra creativiteit bij de volgende bovenboeironding, maar dat is dan even niet belangrijk: de spinnaker zat in ieder geval weer in de zak, een enkele keer zelfs samen met de voordekker erbij.

Na vier lange wedstrijden op zaterdag stonden we op de derde plek. Na het strijken van onze Ullman-zeilen en het aftuigen van de boot overheerste de vermoeidheid, zowel fysiek als mentaal. Gelukkig stonden er bier en bitterballen (speciaal voor ons) klaar en konden we eindelijk voor langer dan drie seconden even stil blijven zitten.

Comments are closed.